Waarom wij zo verliefd werden op Slovenië ☀

In mei deden we nog eens een roadtrip met vrienden. Bestemming: Slovenië. Zij wilden nog eens naar ginder en hadden ons gevraagd of we mee wilden. Veel overtuigingskracht was niet nodig. Veel natuur, veel wandelen, niet te ver rijden – dat klonk goed. We overlegden welke plekken we wilden zien, zij boekten B&B en hotels en in mei vertrokken we in een volle auto naar de bossen en de bergen. 8 dagen, inclusief 2 dagen rijden. Dit is wat we zagen.

Tolmin: Slap Sopota en de Tolminkloof

Van aan onze B&B in de buurt van Tolmin (Most na Soči om precies te zijn) konden we wandelen naar de Slap (=waterval) Sopota, een klein watervalletje, enkel te voet te bereiken langs een relatief goed bewandelbaar pad door het bos. Het klonk niet erg indrukwekkend, maar als eerste echte kennismaking met wat Slovenië te bieden heeft, kon het wel direct tellen.

Als je van aan het eigenlijke startpunt begint, is het een érg korte wandeling. Combineer het dus zeker met een andere bezienswaardigheid in de buurt.

Zoals de Tolminkloof. Die kloof ligt ook vlakbij Tolmin, aan het meest zuidelijke deel van het Triglav Nationaal Park. Al van bij het begin van de wandeling vielen onze monden open van verbazing. Zo schoon, dat water in het schoonste blauwgroen, de watervalletjes en AL DAT GROEN langs alle kanten. Het was er niet druk, het pad was deftig aangelegd en afgebakend waar nodig en de € 6 toegang was het helemaal waard. Het zou kunnen dat ik een paar keer luidop “wauw” gezegd heb. Maar kijk dan toch naar die foto’s! En in ’t echt was het natuurlijk nog zo veel schoner, dat spreekt voor zich.

De route is op zich echt niet zo lang, maar ik denk dat wij er toch zo’n 2,5 uur over deden, gewoon omdat we zo vaak stopten om van het zicht te genieten. En foto’s te nemen. En nog wat te staan turen. En efkes tegen elkaar te zeggen dat het toch echt wel wreed schoon is allemaal. Want serieus, hoe vaak ziet ge zo’n overweldigend krachtige natuur?

En als je dan toch in Tolmin bent, stop dan ook even aan Sotočje Tolminke in Soče. Vergeet je bikini niet als het weer een zwemmeke toelaat, zou ik zo zeggen.

Het Meer van Bohinj

Op anderhalf uur rijden van onze B&B in Most na Soči was het Meer van Bohinj. Het is het grootste meer van Slovenië en ligt in het Triglav Nationaal Park. Dat wil dan ook zeggen dat het helemaal omgeven is door natuur, en daardoor ongerepter en ‘wilder’ dan het Meer van Bled (waar we ook naartoe gingen, lees hieronder!).

We parkeerden op een parking aan de westelijke kant en begonnen van daaruit onze wandeling, eerst langs het noordelijke deel door het bos, met een chillpauze aan de oostkant van het meer en terug langs de zuidelijke kant, dicht bij het meer zelf. Dat nam in totaal zo’n 4 uur in beslag en was misschien wel mijn favoriete wandeling van de hele reis. Dat noordelijke gedeelte door het bos was een pad dat je soms echt goed moest zoeken. Beetje avontuurlijk, beetje helemaal mijn ding.

Op de terugkeer begon het te regenen, maar dat kon de schoonheid niet echt bederven. Zelfs met die bewolking en in de natheid uit de lucht vond ik die plek zo mooi. Enneuh, ooit ga ik terug als de zon ook van de partij is. Ik ga daar zelfs niet te lang mee wachten.

Terugrijden deden we voor een gedeelte met de autotrein doorheen tunnels en langs dalen (tussen Podbrdo en Most na Soči ŽP). Dat ging sneller en zo konden we een groot deel van de bochtige weg omzeilen. Dat was nogal welkom, want als je 1,5 uur bochten moet volgen, kan je weleens draaierig worden (ik dus blijkbaar, onverwacht, oeps).

Slap Kozjak bij Kobarid

Ha, nog een waterval! Op zich vond ik die niet zoooodanig indrukwekkend, maar de weg ernaartoe, zeker het laatste stuk, was enorm de moeite. Het was zo’n pad waar je echt naar de grond moet kijken of je stapt ernaast en valt in het riviertje. Stefan kreeg er een Jurassic Park-gevoel, en ik snap volledig waarom. Het is eigenlijk maar een miniwandelingetje, maar toen wij er waren, moesten we geen entree betalen.

De Vintgarkloof

Hoppa, nog een kloof! Deze is groter dan de Tolminkloof en in het hoogseizoen zou ze onaangenaam druk zijn, maar wij hadden chance door onze timing en het niet al te denderende weer. Hiervoor betaalden we trouwens € 10 per persoon en de parking was betalend. Niet supergoedkoop, maar zo indrukwekkend mooi dat het zijn geld wel waard is, vind ik. Als je echt tijdens het hoogseizoen gaat en het wil combineren met het Meer van Bled, doe je er wellicht goed aan om vroeg genoeg te gaan.

Het pad langs de rotsen, breder en misschien net wat toegankelijker en veiliger met erg jonge kinderen dan het pad in de Tolminkloof, leidt je langs de rivier naar de waterval Slap Šum. Daarna neem je dezelfde weg terug of je kan een andere route kiezen, maar geen idee waarom je dat zou doen, want serieus, zo zo zo schoon. In totaal deden we er zo’n goeie twee uur over, op ’t gemakje. En als je tijd hebt en het weer warm genoeg is, spring dan eens in het water. Er zijn genoeg kalmere stukken waar je veilig kan pootjebaden en/of zwemmen. Daarvoor moet ik ook nog eens terug, ooit.

Het Meer van Bled

Na de Vintgarkloof zakten we af naar het Meer van Bled. We splitsten: onze vrienden gingen wandelen rond het meer, Stefan en ik hadden meer zin om iets te eten. Bij Public vond ik een superlekkere vegan burger en chocoladetaart. Daarna wandelden we nog even rond het meer.

Het was alweer een bewolkte dag, dus de foto’s doen het meer niet echt veel eer aan, maar google en gij zult zien dat het serieus kan schitteren. Je kan er nog meer doen, zoals zwemmen in het meer, naar het kerkje in het midden van het meer varen, van de rodelbaan glijden … Maar wij hielden het dus gewoon op wandelen onder de wolken.

Bohinj of Bled, welk meer is het meest de moeite?

Wel, Stefan en ik vonden het Meer van Bohinj het mooiste, maar onze vrienden hebben nog altijd hun hart verloren aan het Meer van Bled.

Bled is toeristischer en wat minder groen, dus als je wil bootje varen, wat shoppen of een terrasje doen, is Bled wellicht meer voor jou. In Bled kan je ook dichter bij het meer zelf lopen en het pad is op veel stukken verhard, wat natuurlijk ook zo zijn voordelen heeft.

Wil je wandelen op onverharde, ietwat avontuurlijkere paadjes en gewoon van de natuur genieten? Ga naar Bohinj met je stevige wandelschoenen, een lunchpakket, een herbruikbare fles water en een bikini.

Het kuststadje Piran

Na vier dagen in de volle natuur trokken we terug naar de cultuur. In Piran, een van de drie kuststadjes van Slovenië, scheen ook de zon, dus niet lang na aankomst sprong ik in de Adriatische zee. Het stadje is enorm klein en je kent er dus snel je weg. We bezochten ook de stadsmuren, en van daaruit heb je een mooi uitzicht over de hele stad. Verder: charmante pleintjes, fleurige gevels, smalle straatjes, weinig auto’s, terrasjes langs de zee, goedkope cocktails en lekkere pizza’s.

’s Ochtends trok ik er mijn loopschoenen aan voor een deugddoend toertje door de stad en langs de zee. Tenzij je zot bent van kerken en aanverwanten, is er niet zooooo veel te zien in Piran, maar je kunt er natuurlijk gewoon wat rondslenteren in het zonnetje, zwemmen/chillen in de zee en eten, drinken en filosoferen over het leven op een terrasje en dan denken dat dat soms niet meer moet zijn.

De Grotten van Škocjan

Van Piran reden we naar Ljubljana, met een tussenstop in de Grotten van Škocjan. Foto’s mag je er niet nemen, dus je moet me maar op m’n woord geloven als ik schrijf dat deze grotten ongelooflijk indrukwekkend zijn. Ik had nog nooit zo’n gigantisch hoge zalen gezien. Het voelde wat surreëel, eigenlijk.

De begeleide tour doorheen de grotten ging goed vooruit, en ook al hoorde of verstond ik de gids niet altijd goed, de info en anekdotes die ze deelde zorgden er wel voor dat ik alleen nog maar meer onder de indruk was. Deze grotten staan op de Unesco-werelderfgoedlijst en zouden wat minder toeristisch zijn, dus stopten we hier in plaats van aan de veel bekendere grotten van Postojna.

Toen we terug het daglicht zagen, waande ik me heel even op de filmset van een film die zich afspeelt in de oertijd. De hele omgeving daar ademde zo’n oerkracht uit. Allez, ik weet niet goed hoe ik het anders kan omschrijven, maar laat ons zeggen dat onze vrienden op ons hebben moeten wachten omdat we zo vaak stopten, gewoon om te staan turen naar de omgeving.

Op ontdekking in Ljubljana

Van aan de grotten reden we door naar de hoofdstad. Daar waren we maar een paar uurtjes, van de late namiddag tot de volgende ochtend, dus we konden maar een snelle indruk opdoen. Die is wel zodanig positief dat ik nog wel eens terug wil.

Ljubljana is een groene hoofdstad, die echt op mensenmaat gebouwd lijkt te zijn. Er is plaats voor alle weggebruikers, in de binnenstad is er beperkt verkeer, de stad lijkt groot genoeg om alle toeristen aan te kunnen en is toch ook klein genoeg om ze in enkele uurtjes gezien te hebben. Andere adjectieven die spontaan in me opkomen: veilig, proper, mooi, groen, gezellig, jong en aangenaam bruisend.

Van aan het kasteel heb je een prachtig uitzicht over de stad en in het park en op een van de vele terrasjes konden we helemaal ontspannen, tussen de vele locals en de andere toeristen. We gingen nergens binnen, behalve in een restaurant, maar sommige gebouwen zullen vanbinnen ook wel behoorlijk schoon zijn, vermoed ik zo. Met een kaartje van in het hotel in de hand wandelden we van de ene bezienswaardigheid naar de andere, zoals echte ouderwetse toeristen (of zoals toeristen met een slechte smartphonebatterij?).

Afsluiten deden we met cocktails langs de Ljubljanica rivier. Oh Ljubljana, hopelijk tot nog eens!

Logeren in Slovenië

Onze reisvrienden ontfermden zich over het boeken van overnachtingen. Wij content dat we daarmee niet bezig moesten zijn, zij content dat ze daarover mochten beslissen.

Bij Els & Mathieu

De eerste vier nachten verbleven we in de charmante B&B van Els en Mathieu. Het zijn Vlamingen die na ontdekkingsreizen kozen om in Slovenië te gaan wonen. Op een berg in het midden van de natuur, met als directe buren enkel de bewoners van de huizen op deze foto. Ze leven zo zelfvoorzienend mogelijk en dat betekent ook: een grote tuin vol fruitbomen en -struiken en een moestuin waar je als gast ook mee van mag genieten.

De babbels in de kleine living over leven in Slovenië, de Belgische politiek, reizen, bouwen en verbouwen en zoveel meer, en hun tips voor bezienswaardigheden hebben ons en onze reis alleen maar verrijkt. Wat een inspirerende, mooie mensen.

Sinds ons verblijf volg ik Els en Mathieu op Instagram en denk ik altijd even terug aan ons verblijf in hun paradijs als ze een foto posten. Zalig, jawel.

Miracolo di Mare, Piran

Piran is zo klein dat elk hotel wel goed gelegen is, vermoed ik. Onze reiscompagnon koos er Miracolo di Mare uit, met niet enkel een goeie locatie (op twee minuutjes wandelen ben je op de ‘grote’ markt), maar ook een superenthousiaste gastvrouw. De kamers zijn er even klein als het stadje zelf, maar je hebt er alles wat je nodig hebt. Rustig is het sowieso ook, met uitzicht op het autovrije straatje of het tuintje, waar je ook kan ontbijten als het mooi weer is.

Ahotel, Ljubljana

Voor de laatste nacht voor de verre terugrit wilde de chauffeur heel goed kunnen slapen. Zijn wens werd vervuld dankzij de goede keuze van onze reiscompagnon. Ahotel is een luxueus hotel buiten het stadscentrum van Ljubljana. Wil je naar de stad? Dan zijn er fietsen beschikbaar in het hotel, je kan je laten brengen door een taxi (regelen zij voor jou) of je kan de kleine 5 km natuurlijk ook gewoon wandelen. Goed uitgeslapen, nog nagenietend van het uitgebreide ontbijtbuffet en fris gewassen in de chique douche konden we aan de terugreis beginnen.

Dit moet je weten

  • Oké, ik weet niet wat de reisgidsen erover zeggen want ik lees geen reisgidsen, maar als ge ’t mij vraagt, is Slovenië vooral een land voor wie op zoek is naar rust en stilte in ’t midden van échte natuur.
  • Slovenië is niet zo ver als ge misschien denkt. Ideaal voor een roadtrip, eventueel met een tussenstop ergens in Duitsland of zo.
  • Slovenië is niet zo groot als ge misschien denkt. Of allez, de meeste bezienswaardige plekken zijn eigenlijk niet zo ver van elkaar. Da’s toch mijn indruk. We hebben wel vooral in Oost-Slovenië (+ Ljubljana) gezeten, en waarschijnlijk is er in het westen van het land ook nog vanalles te zien. Maar goed. Op 6 dagen kan je dus wel ’t een en ’t ander gezien hebben, in onze ervaring. Bekijk wel zeker de routes en niet zomaar punt A en B op de kaart, want door het berglandschap kan het soms wel verder rijden zijn dan het in vogelvlucht lijkt.
  • Slovenië is véél groener dan ge misschien denkt. 58% van het land is bos. 58%, da’s niet niets hé.
  • De Slovenen zijn sympathieke mensen die goed Engels spreken en je met de glimlach helpen. Of allez, wij hebben het toch geen enkele keer anders geweten.

Oh ja, hier zie, een kaartje met alle plekken die hierboven vermeld staan.
Volgend bericht
Vorig bericht

4 reacties op “Waarom wij zo verliefd werden op Slovenië ☀

  1. amai, hoe schoon is dat allemaal seg! Ik ga dat precies eens dringend moeten bekijken om ook naartoe te gaan. En met jouw foto’s als leidraad. amai, amai, dat water allemaal! <3

Reageer