On the road. Onze trip naar Portugal ☀

Ik heb nog altijd niet geschreven over onze roadtrip naar Boedapest van drie zomers geleden en ook nog niet over die keer dat ik meeging naar Chicago met mijn lief die daar voor het werk naartoe moest. En toch ga ik eerst schrijven over onze trip naar Portugal. Wat een schone reis, zeg.

Maak het je gerust even comfortabel, met een theetje en een koekje ofzo, want dit is een WREED lange blogpost.

Hoe is dat gebeurd, dat wij op reis gingen?

Wij zijn eerder huismussen, dat weet ge. Of staycationners. Ofzoiets. Allez, het zit zo. Stefan reist eigenlijk niet zo graag. Hij wil vooral thuis dat heerlijk zorgeloze vakantiegevoel hebben, en heeft geen nood aan ver weg van huis zijn. Ik snap dat 100%. Ik wil ook dat we thuis het gevoel kunnen hebben dat we op vakantie zijn. Dat is ook zeer goed voor mijn voetafdruk, dat thuisblijven in plaats van weg willen.

Maar ik zie dus wél ook graag stukjes van de wereld. Liefst niet met het vliegtuig, maar ik ga wel eens graag ‘op verkenning’. Niet alle 20 verlofdagen per jaar (hell no!), maar een stuk of 10 dagen per jaar ergens anders dan in mijn eigen bed slapen, kan zo deugd doen. Ik wil ook absoluut niet het soort persoon worden die alleen op vakantie kan ontspannen, die een gans jaar alleen maar uitkijkt naar die twee weken (of meer) vakantie per jaar, maar het gevoel van even gewoon te LEVEN, op een plaats vol te ontdekken NIEUW en eens echt NIETS te moeten is de max. Verrijkend. Totaal ontspannend. Zorgeloos. En meer van die woorden.

Ik ga tussendoor al wat fotootjes plakken, hé. Dit was in Bordeaux. Dat luchtje ook, zeg!

Bon, op zich waren wij eigenlijk niets van plan in 2018. Maar in maart bestelde ik een jaarabonnement van Charlie. Zat daar blijkbaar een cadeaubon voor Eliza was here bij. Ik wist dat niet want ik had me snel tussendoor lid gemaakt, maar het was een mooie korting en ik dacht, fuck it, toch maar eens bekijken. Ik overlegde met Stefan, die niet direct enthousiast was maar die ik toch kon overtuigen. (Vraag me niet hoe.)

Enige voorwaarde? Absoluut geen vliegreis. Awel ja, voor mij dus ook liefst niet. Oh ja, en of ik dan wel ook alles kon plannen? Natuurlijk. Na het filteren op reizen met eigen vervoer bleven Italië, Malta, Spanje en Portugal als bestemmingen over. Geen enkel land dat op mijn must-visit-lijstje (dat ik alleen in mijn hoofd heb, niet op papier want zo hard ben ik dus echt niet bezig met reizen) staat, maar ik koos dus voor Portugal. Eigenlijk zonder verwachtingen, want zo goed ken ik dat land niet. En Spanje? Dat was al helemaal geen gedroomde vakantiebestemming. Zon, zee, strand – nee, bedankt! (één dagje is wel oké, maar een ganse vakantie?!)

Een roadtrip, dus!

En toen sloeg ik aan het plannen. Pas op, zonder te overdrijven, want al dat geplan vooraf, dat is niet aan mij besteed. Ik vind het meestal veel leuker om gewoon op verkenning te gaan dan mij te laten leiden door reisgidsen en blogposts om dan enkel de plekken te vinden waar de grote massa naartoe gaat en om dingen te zien die ik misschien eigenlijk toch niet eens zo interessant vind. Ik wil maar zeggen: ik wist wel waar Portugal lag (uiteraard), maar het is niet dat ik dacht ‘oh ja, ik wilde al lang dat museum of dat gebouw in het echt zien’, ofzo.

Hoe bepaalden we de tussenstops?

Hetzelfde principe van ‘we zien wel’ gold voor de stops die we maakten. Die beslissing maakte ik gewoon op basis van de afstand en de tijd die we hadden. We zouden op donderdagavond vertrekken en we moesten tegen maandagnamiddag op onze eindbestemming in Portugal zijn. Dat gaf ons vier dagen om 1900 km af te leggen.

Op Google Maps vulde ik vertrekpunt en bestemming in en de voorgestelde route splitste ik op basis van een combinatie van twee argumenten: afstanden die doenbaar leken (prioritair!) en bestemmingen die een belletje deden rinkelen (totaal secundair).

Dit was in Orléans. Orléans was schoon.

We hadden kunnen kiezen voor minder stops en grotere afstanden in één stuk rijden, maar meer stops leek mij plezanter, dus dat deden we (ah ja, aangezien ik moest beslissen en regelen). Voor de terugweg gingen we voor drie tussenstops. Toen we twijfelden tussen twee steden, keken we gauw eens via Tripadvisor welke stad er op het eerste zicht de interessantste bezienswaardigheden had, maar het is niet zo dat we op voorhand vastgelegd hadden wat we ter plekke wilden doen of zien.

Eenmaal ter plaatse heeft Stefan trouwens wel af en toe gegoogeld naar toffe plekjes in de buurt. Echte tot-in-de-puntjes-planners zullen daar misschien zot van worden, maar dat zijn wij dus niet echt – of toch niet op reis.

Of we specifiek gezocht hebben naar ecologische verblijfplaatsen?

Dat vroeg iemand via Instagram en het antwoord is: nee. Het is misschien fout/erg/…, komende van iemand die wat bezig is met groen leven, maar dat was dus niet mijn prioriteit tijdens onze roadtrip.

Voor de eindbestemming rekenden we op Eliza was here, en dat is een reisorganisatie die focust op unieke plekjes, wat verder van het massatoerisme, niet op ecologische plekjes. Voor de tussenstops zocht ik woningen en appartementen via Airbnb: ook zeker niet de meest ecologische keuze (als in: goed geïsoleerde woningen met zonnepanelen en zuinige apparaten, bijvoorbeeld). In die woningen hadden we alle vrijheid om te kiezen hoe we omsprongen met water, energie etc., maar écht ecologisch is die keuze dus niet per se, natuurlijk.

Wil je wel enkel in verblijfplaatsen overnachten waar er rekening wordt gehouden met de ecologische voetafdruk, check dan bijvoorbeeld Green Key.

Hier was ik het strekenwijf aan het uithangen, in Bordeaux, of all places.

Hebben jullie vegetarisch kunnen eten? Hebben jullie zelf eten gemaakt?

Nog een via-Instagram-vraag! En jazeker, vegetarisch hebben we overal kunnen eten. Soms maakten we ook zelf eten, maar in alle steden waar we kwamen, was er wel minstens één plek waar we lekker vegetarisch konden eten. Die kwamen niet zomaar op ons pad, Happy Cow was mijn reddende website. Als ik op reis ben, kan ik daar wel vaker op rekenen om vegetarische restaurants (en soms natuurwinkels en zo) in de buurt te vinden. HANDIG, zeg.

Qua zelf eten maken: de Stefan had wat schrik dat we op sommige plaatsen geen of niet snel genoeg eten zouden vinden. En als ik honger heb, word ik blijkbaar ambetant (maar niet echt hoor). Daarom had hij besloten om dat eventuele euvel te verhelpen… door de frigo voor in de auto van mijn papa te lenen en dat ding én de ganse koffer quasi vol eten te steken. Veel kleren hadden we niet bij, wél veel eten. En het heeft gewerkt: geen van-de-honger-ambetante-Kelly!

Onderweg zijn

Oké, zo uren onderweg zijn met z’n tweetjes, ge vindt dat de max of ge vindt dat tijdverlies, vermoed ik. Wij vinden dat duidelijk de max. We hebben veel gelachen, gebabbeld en af en toe gezongen, en ik heb ook regelmatig gelezen en ‘gedanst’ en onnozel gedaan.

Voor we vertrokken had Stefan onze volledige cd-collectie geript en op een SD-kaartje gezet. Vooral oudere cd’s, gaande van Nirvana tot The Cure over Led Zeppelin en The Smashing Pumpkins en NOG ZO VEEL DAARTUSSEN. Die muziek speelden we in de auto af, alfabetisch op naam van de nummers. Ge kunt u wel voorstellen dat dat dus ook een beetje een trip down memory lane was. Zo plezant. Als ik het mij goed herinner, geraakten we aan de letter N.

Bon, genoeg geleuterd, over naar de stops!

Stop 1: Senlis

Van Senlis hadden we nog nooit gehoord, maar we kozen deze stop, nog boven Parijs, gewoon omdat we per se op donderdagavond na het werk wilden vertrekken en al wat ‘voorsprong’ wilden maken. Maar oh, wat een charmant klein stadje was me dat! Je voelt de geschiedenis als je er rondwandelt, zo veel is er nog bewaard gebleven van in de middeleeuwen.

Stop 2: Niort

Onze eerste indruk van Niort was niet superpositief. Nadat we in ‘ons’ huisje waren geïnstalleerd (wél supertof), gingen we op verkenning in de buurt, maar de directe omgeving was nogal … ehm … verwaarloosd en voelde een beetje louche aan. Gelukkig bleven we wandelen, want ineens belandden we in het centrum waar er een onverwacht toffe sfeer hing. Niet zo’n stad die je per se moet gezien hebben, maar ’t was er dus wel nog gezellig. En dat huisje, écht zo’n huisje waar ge een beetje kunt zitten dagdromen en op uw gemakske rondkijken en genieten van alle leuke dingetjes. En terwijl Stefan kokkerelde, las ik in het tuintje met een aperitiefje. Chilllllll.

Stop 3: Gaztelugatxe en Bilbao

¡Hola, Espańa! Vooraleer we doorreden naar Bilbao, stopten we op aanraden van @kateblanket in Gaztelugatxe, beter bekend als Dragonstone onder de fans van Game of Thrones. En wauw, wauw, WAUW. Ik was direct al een beetje verliefd op Spanje. De zee en die golven, de bergen, al die natuur … ADEMBENEMEND EN AL. Ook als Game of Thrones je niets zegt, is het behoorlijk indrukwekkend schoon. Of zoals ik op Instagram schreef: “zo’n zotmooie plaats. Traantjes-in-de-ogen-van-geluk, zo zotmooi bedoel ik.” Wisten wij veel wat we nog allemaal gingen zien. Oh ja, trouwens: als je helemaal naar boven naar de kluizenarij wil, heb je redelijk goede wandelbenen en een stevig paar wandelschoenen nodig. Zweten, zeg, pfieuw.

Van Gaztelugatxe reden we door naar Bilbao. We arriveerden maar laat in de stad, dus ’s avonds bleven we in ons appartementje aan de rand van de stad en aten we eten dat we bij ons hadden (hoera voor de frigo voor in de auto van papa!). ’s Ochtends begon de echte verkenning. We wandelen een paar kilometer en als ik het mij goed herinner, viel me daarbij vooral op hoe groen en hoe proper de stad was. Ik kan er eigenlijk weinig over zeggen, want we gingen in die paar uurtjes nergens binnen behalve bij ijssalon Amorino bij het Guggenheim Museum. Wandelen, kijken, genieten, verwonderd zijn van bepaalde gebouwen, dat deden we. En supercontent zijn met mijn verfrissende smoothie.

Stop 4: Puebla de Lillo

Van een grotere stad reden we verder het Spaanse binnenland in. Naar Puebla de Lillo. Daar had ik nog nooit van gehoord, maar de weg ernaartoe en van dat dorpje naar de volgende bestemming was … ja, ik kan het niet goed verwoorden. Wat ik op Instagram schreef, ligt het dichtst bij hoe ik me toen voelde en zo, dus lees die maar:

Ik kan misschien juist nog verklappen dat ik wat traantjes heb laten vloeien. Weer die van geluk om al dat natuurschoon, hé.

Stop 5: Quinta dos Moinhos

Van de Spaanse buiten reden we dus door naar onze eigenlijke bestemming. Quinta dos Moinhos, Portugal. Drie nachten, vier dagen puur genieten van elkaar, de omgeving, lekker eten en drinken … En wat een ongelooflijk prachtig landgoed was me dat, zeg. Ik was al direct bij aankomst in de wolken, want het domein staat vol planten. Bananenplanten, druivelaars, de mooiste vetplanten … Wat een rijkdom, zeg.

Door omstandigheden kregen we een ander huisje dan voorzien en dat bleek een te zijn met privézwembad – een gigantisch geschenk voor een waterrat zoals mezelf. Ik zat daar van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat in, en tussendoor lag ik ernaast, met een boek en een drankje.

We gingen ook een dagje naar Porto, aangezien we er maar een uurtje rijden van verbleven. Als je dan toch in de buurt bent, moet je het wel gezien hebben, vonden we zo. Content dat we waren dat we blijkbaar redelijk vroeg aangekomen waren, toen de meeste zuiderlingen nog in hun bed lagen, want naarmate de uren voorbijgleden, werd het almaar drukker en drukker, zodanig druk dat we na enkele kilometers wandelen met plezier terug naar ons rustige huisje in de bergen reden.

Maar Porto, dat is dus wel een héél mooie stad. Voldoende groen, kleurrijke gevels, de best wel indrukwekkende Luis I-brug, de schattige azulejos, het superlekkere eten bij daterra (en de allerlekkerste vegan banoffeetaart die ik ooit at!), de ‘trappenstraatjes’ tussen de huizen (ge moet goed te been zijn als ge door Porto wilt wandelen!) … ja, we zagen daar ’t een en ’t ander dat de moeite waard was.

Na Porto bleven we nog een dagje rondhangen in Quinta dos Moinhos. Echt, wij zijn meesterlijk goeie chillers geweest, ginder.

TERUGREIS – Stop 6: Santander

Oké, de terugreis dus! Maar geen traantjes, want ook hiervoor hadden we dus besloten onze tijd te nemen en nog meer nieuwe steden te ontdekken. In Santander, Spanje, kwamen we aan op donderdagavond en doken we vrijwel direct de stad in. De benen dienden gestrekt na zo’n lange autorit en de sfeer opgesnoven, dat begrijpt ge wel … We aten lekker vegetarisch bij Santa & Co en hadden al snel hetzelfde gevoel: Santander is een schone stad voor de rijkere mens. Of dat écht zo is, weet ik niet, maar bon.

De volgende ochtend besloten we weer de natuur op te zoeken. We wandelden op het Magdalena Peninsula en het strandje errond, en daarna reden we door naar Cabo Mayor – alweer zo een van de schoonste plekken. Maar echt. De waterrat diep in mij liet ik ook weer even vrij: zwemmen en de golven trotseren deed ik aan Playa de Mataleñas. ZO HARD DE MAX. Het kan misschien lijken alsof ik dat hier allemaal aan het idealiseren ben, maar eigenlijk hou ik me nog in qua lyrisch gewicht dat ik aan mijn woorden hang.

Stop 7: Bordeaux

Na het expressbezoekje aan Santander reden we door naar Bordeaux. Yes, daar had ik natuurlijk wel al van gehoord! We verbleven in een supertoffe Airbnb, pal in het bruisende centrum. Misschien bruiste het zelfs iets te hard, want die nacht (vrijdag op zaterdag) werden we nogal wakker gehouden door studenten op straat. Maar bon, first world problems! We besloten opnieuw de avond zelf al de stad te ontdekken en ik was vrij snel gecharmeerd door hoeveel van de historische gebouwen en gevels bewaard is gebleven, zelfs in de gewone straatjes. Voor Stefan voelde de stad al snel aan als een mengeling van Brussel en Parijs en dat bedoelt hij niet in de meest positieve zin: redelijk wat afval, veel meer zichtbare armoede en marginaliteit in het straatbeeld en niet zo groen.

De volgende ochtend ontbeten we bij Kitchen Garden, een vegetarisch/veganistisch restaurant dat vlakbij ons appartementje was, en gingen we verder met de ontdekkingstocht van de stad. En wat een schone stad toch wel, zeg. La Grosse Cloche, la Place de la Bourse met de Miroir d’Eau, de prachtige kathedraal, de vele toffe cafeetjes en restaurantjes … Ik zie mezelf wel nog eens teruggaan, want ik weet dat er nog veel meer te zien is dat mij kan bekoren. (Vriend(inn)en die ook eens naar Bordeaux willen, mogen zich bij deze melden aan de balie!)

Stop 8: Olivet en Orléans

De laatste stop vooraleer we terug naar het schone Erembodegem reden was het charmante Olivet, een dorpje vlakbij Orléans, waar we overnachtten in het meest romantische, luxueuze verblijf van de hele trip (afsluiten in stijl, hé!). De avond van aankomst zelf wandelden we even door het dorp, waar we verrast werden door de bloemenweelde in het straatbeeld. Daarna zakten we al even af naar de stad Orléans om er iets te eten bij Oh Terroir (supertof concept met veggie en vegan opties!).

 

De laatste dag kozen we voor rust en schoonheid in het Parc Floral de la Source. Wat een prachtig park. Ik zou tientallen foto’s van planten en bloemen en vlinders kunnen delen, maar laat het mij houden bij deze plaatjes.

 

En ja, dat was het dan hé!

Iemand die de reis op Instagram gevolgd had, zei dat we precies zo’n idyllische reis hadden gehad, dat we zo veel schone plekskes hadden gezien. Dat was natuurlijk omdat we ze opzochten. Zelfs in de grotere steden waren we meer aangetrokken door de natuur(lijke elementen) dan door de winkelstraten. Een reis is maar zo schoon als ge ze zelf maakt, zeker? En hetzelfde geldt ongeveer wel voor het leven, zeker? Hoe dan ook: ik heb dingen gezien die mij serieus hebben verrijkt en met z’n tweetjes hebben we zo hard genoten, en ge kunt misschien wel geloven hoe deugd ons dat gedaan heeft na een zware bouwperiode.

En als je ALLES hebt gelezen tot hier, CHAPEAU. Het moge duidelijk zijn dat ik deze post echt wel voor mezelf heb geschreven, om eens terug te lezen en me al die mooie momenten (waarvan er hier maar een paar zijn neergeschreven en dan nog niet eens in al te schone woorden) gemakkelijk terug voor de geest te halen. Ha, ik kijk er nu al naar uit.

Volgend bericht
Vorig bericht

3 reacties op “On the road. Onze trip naar Portugal ☀

  1. Wauw, zalig! Verdiend, na zo’n zware verbouwingsperiode. Zijn er al vakantieplannen voor dit jaar?
    Wij beginnen stilaan iets te zoeken, aangezien er op mijn nieuwe job collectief verlof is. Maar waar hé? Zo veel mooie plekjes! Deze bewaar ik wel voor later, want Portugal is nét iets te ver met een peutertje…

  2. Hier ben ik eens op mijn gemakje voor gaan zitten ‘met een theetje enzo’. Wat een toffe reis was dat jong!!!
    ‘k Ga dit goed onthouden want zoiets wil ik ook wel eens doen. Dankjewel voor het delen!!!

  3. Oh, hoe heerlijk beschreven! En ’t is goed dat ik je al ken, want als reismens pur sang zou ik het anders bijna niet te begrijpen vinden dat ge na al die verbouwingen er niet eens per se efkes tussenuit wilt 😉
    Wat je bij Puebla de Lillo beschrijft, is trouwens wat van mij zo’n reismens maakt: ik kan daar zo naar verlangen naar zo’n plekken waar je echt weg kan zijn van alles en waar het gewoon natuur en stilte is (ook al heb ik dat thuis ook wel en kan ik daar evengoed liggen chillen op het terras, zo écht wég van alles, dat is daar toch moeilijker). Chanceke maar dat ik woon waar ik nu woon en met de trein naar de bergen gaan, want ’t zou in mijn hoofd anders (nog veel vaker) clashen anders met “willen gaan” maar “niet ecologisch kunnen gaan” 🙂
    En ik vind het keitof dat jullie zo “planvrij”, met een beetje maar niet teveel plannen, op reis gaan. Dat idee van die cd’s vind ik ook echt super! Ga dat eens voorstellen de volgende keer dat wij vertrekken, denk ik 🙂
    En voor ik hier zelf weer een halve blog bijeen tetter: mag ik mij toevoegen aan de wachtlijst aan de balie? 😉

Reageer