Goed eten, en wat ik daarvan denk
(en ook een beetje: Recepten van de maand: oktober 2012)

Deze maand werd er helaas slechts uitzonderlijk eens goed eten gegeten. Want er werd vooral goed gewerkt. De keuken heeft weer muren en de meubels zijn afgehaald bij Ikea. Ja, we zullen een Ikea-keuken hebben. Niets ecologisch daaraan, maar de ramen zullen nu wel hoogrendementsglas hebben, de muren zullen goed geïsoleerd zijn en we zullen op gas kunnen koken. De esthetische en functionele  vooruitgang nemen we er ook graag bij.

Bij gebrek aan een aanrecht, door een onbereikbaar fornuis en/of een afwezige spoelbak namen we genoegen met fast food (ofwel gauw wat groenten hakken en tot soep omtoveren, ofwel iets in de oven schuiven, ofwel gauw onze groentjes uit het groentepakket bij mijn schoonmoeder gaan klaarmaken).

Maar tussendoor werd er gelukkig ook écht goed gegeten. Allemaal dankzij Dorien Knockaert. Werden reeds uitgetest: de armemensenrisotto, de witloofsoep met peer en tempé en de tarte tatin van witloof en knolselder. Stuk voor stuk tongstrelend. Ook volgens Stefan, die altijd nogal sceptisch tegenover nieuwe gerechten staat. Maar het is al duidelijk: als het van Stefan afhangt, mag ik nog veel van Doriens recepten maken.

review-goed-eten-dorien-knockaert

Goed eten is geen gewoon kookboek. Eigenlijk is het een beetje een mix van Dieren eten van Jonathan Safran Foer en een (vegetarisch) kookboek: een zoektocht naar de oorsprong van ons eten, afgewisseld met recepten die bewijzen dat er nog veel lekkers overblijft als je het ‘slecht eten’ schrapt. Doordat ik zelf ook al enkele jaren bewuster met mijn voeding bezig ben, had ik verschillende ‘verhaaltjes’ al elders gelezen. Dorien vertelt ze samenvattend, helder en objectief, altijd vlot en soms hartverwarmend. En bijna altijd slaat ze de nagel op de kop. Zo ook met onderstaand stukje:

J’essaie de manger un peu.. plutôt… eh… végétarien. Zo zeg ik het. Niet omdat mijn Frans slecht is, maar omdat ik een slechte vegetariër ben. Een die almaar vals wil spelen, omdat ze denkt dat dat gezelliger is. Want telkens als ik om een maaltijd zonder vlees of vis vraag, voel ik mij een spelbreker. Die ene verwaande schoondochter die geweerd zou moeten worden van de kerstfeesten. Die ene collega die met haar geheven vingertje weleens aan een tramdraad mag blijven hangen. Die ene restaurantklant die je het liefst een cactus met cocktailsaus zou serveren.”

Ik ben zelf geen ‘valsspeler’, maar deze beschrijving is zo pijnlijk herkenbaar. Inderdaad, vegetarisch eten is niet gemakkelijk. Vegetarisch eten is moeilijk doen. Sommige mannelijke ex-collega’s van Stefan beweerden zelfs dat ze hun vrouw zouden buitensmijten als die ooit zou beslissen vegetarisch te eten. Stelduvoor!

Ik kan me niet meer inbeelden hoe ik dacht over vegetariërs toen ik er zelf nog geen was, maar wellicht had ik ook wel vooroordelen. Omdat ik niet beter wist, omdat vlees zo lekker was, omdat ge toch niet moeilijk moet doen, … Het zou mij eigenlijk niet verbazen als de grootste reden waarom vegetariërs weer vlees beginnen eten, de sociale factor zou zijn, het niet meer willen sociaal moeilijk doen.

Nochtans is samen eten de essentie voor Dorien:

Ik hecht daar heilige waarde aan, aan mensen die samen aan tafel willen gaan en samen willen proeven.”

En daar wringt het vaak, in mijn geval. Eten is inderdaad gewoontes en tradities, ook door Foer sterk benadrukt, maar wie vegetarisch eet, lijkt een bedreiging voor al die gewoontes en tradities, een dwarsligger, een uitzondering. Soms met opmerkingen en ooggerol van de vleesverdedigers als gevolg. Maar gelukkig bestaan ze ook, de begripvolle conventionele eters, die het oké vinden dat ik mijn eigen potje meebreng. Af en toe is er zelfs een geslaagde poging om iets lekkers vegetarisch op tafel te zetten. Ik vind dat moedig, want ge moet het toch maar durven, zo afwijken van de gewoontes en tradities.

Wat ik nog zo apprecieer aan Goed eten, is de eerlijkheid van de schrijfster. Dorien eet (of at?) graag vlees, kon zich geen leven zonder kaas voorstellen en geniet net als ik van citroenen en sinaasappels. Maar zoals het een goede keukenprinses betaamt, heeft Dorien zich goed geïnformeerd: ze praatte met mannen uit de vleesindustrie en trok uit die gesprekken en met behulp van haar gezond verstand haar conclusies (en daarvan kan Sofie Dumont nog heel wat leren).

Zo ging Dorien ook het melkdilemma en het dilemma lokaal vs. niet-lokaal voedsel niet uit de weg. Wat dat laatste betreft een interessant-doch-eigenlijk-evident weetje:

Tere en bederfelijke dingen zoals verse kruiden, prinsessenbonen of bessen komen per vliegtuig. Maar limoenen, mango’s, granaatappels, avocado’s en gember overleven de lange reis over zee best goed en worden haast altijd per schip geïmporteerd.”

Ja, ik vond dat geruststellend om te lezen.

Eigenlijk is Goed eten het soort kookboek dat ik, als vegetariër in een familie vol Bourgondiërs, maar al te graag onder mijn kerstboom zou leggen, voor familie en vrienden die al eens kokkerellen. Maar dan laat ik dat verdomde belerende vingertje weer te veel beslissen, zeker?
Volgend bericht
Vorig bericht

23 reacties op “Goed eten, en wat ik daarvan denk
(en ook een beetje: Recepten van de maand: oktober 2012)

  1. Bedankt voor de recensie! Ik trek binnenkort ook eens naar de boekhandel denk ik. Of ik vraag het boek onder de kerstboom :-).

    Nog even doorbijten voor de keuken dan! Dan zal het koken eens zo leuk zijn!
    Ik behelp me hier al drie jaar in een minikeukentje van 3 x 2 meter of zo. Wat zal ik gelukkig zijn als ik 'later' mijn eigen keuken kan ontwerpen én veel plaats zal hebben! 🙂

  2. Ik moet zeggen, ik heb me laatst wat veggie kookboeken aangeschaft (en/of de veggiekookboeken van collega's geleend) en wij eten hier de laatste tijd met heel veel smaak meer vegetarisch. Vooral de "vleesvervangende" gerechtjes vallen in de smaak, bvb pompoenballetjes (ipv gehaktballetjes) en falafel en zo. Maar dus, het boek gaat nu ook op het lijstje! Mmmm!

  3. Bedankt voor je verslagje. Ik denk dat ik het boek ook ga kopen. Wat betreft het sociale aspect van vegetariër zijn, ik vind wel -gelukkig- dat het enorm betert. IK ben zelf vegetarisch opgevoed. En mijn moeder ook. Als kind durfde ik dat zelfs nooit tegen iemand zeggen. Ik schaamde me er een beetje voor. Dat is nu wel anders. Mijn grootouders zijn op hun twintigste vegetariër geworden…Ik moet niet vertellen dat hun verhalen over vooroordelen legendarisch zijn 🙂

  4. Lieve meid, dan moet nog eens zoals wij beslissen om thuis te bevallen en herbruikbare luiers gebruiken om uw kleintje groot te brengen. Mensen weten vaak niet waar ze het hebben. Het begon al op de burgerlijke stand waar we bijna uitgekafferd werden omdat onze Kamiel in het dorp werd geboren en niet in de stad verderop, proper en gewoon in een ziekenhuis zoals normale mensen. En omdat het thuisbevallen zo goed gegaan is (hoera) worden we nu nog steeds beloond op opmerkingen zoals: jullie hebben geluk gehad, maar goed dat er niets fout is gegaan, er zijn er toch niet veel die het zo kunnen doen enz. De wereld, ik moet er soms mijn hoofd toch eens om schudden… gelukkig maakt de baby mij zo moe dat ik het allemaal wat kan laten aan mij voorbijgaan. En wat die keuken betreft: ook bij ons komt er een Ikeakeuken, blij dat ik niet alleen ben 🙂

    1. Wij willen geen kinderen, dat maakt ons ook al verdacht 😉 Maar ik kan me de reacties op de keuze voor thuisbevalling en herbruikbare luiers goed inbeelden. Ach ja, niets van aantrekken en je eigen ding blijven doen hé.

  5. Wat een leuke blogpost. In onze vriendenkring zijn mijn vriend en ik bijna de enige vleeseters. Iedereen is er of vegetariër of vegenanist. Nu wij zelf eten toch wekelijks ne keer vegetarisch en als de vrienden mee-eten met ne bbq of als ik wat hapjes klaar maak, maak ik ook altijd iets vegetarisch (vegenastisch vind ik moeilijker). En dankzij onze vrienden ontdekten mijn vriend en ik onlangs het restaurant 'Loving Hut' en als vleeseters zijnde zijn we er serieus fan van! En eindelijk eens een restaurant waar onze vrienden ook meer keuze hebben dan uit 3 gerechtjes ofzo 🙂

    1. Hm ja, maar als we zelf later onze keuken kiezen, zal hij wel groener zijn. Nu hebben de eigenaars beslist, dus hadden we niet veel te zeggen. Maar later gaan we ons uitleven met het zoeken naar groene alternatieven! 😉

  6. tja, ik ken dat ook, die sociale dwang :/ Ik ben nu al 20 jaar vegetarier, maar moet het nog steeds zeggen aan mijn ouders, anders krijg ik zo'n "een stukje kip dat een je toch wel" op mijn bord… Ook in mijn eigen gezin gaat het moeilijk. Mijn man eet wel vlees, en onze 4 kinderen ook. Mijn man vindt dat ik maar eens normaal moet doen, terwijl ik nu net meer naar het veganisme begin te leunen.

    Het ergste vind ik als ik eens een dagje op stap ben, ik niet zomaar ergens een hapje kan eten

  7. dat stuk over welke exoten met de boot komen en welke met het vliegtuig vond ik ook zo'n leuke ontdekking 🙂 (lang geleden had ik het al eens met een prof "agricultural economics" over die ecologische voetafdruk en zij zei toen ook al dat die discussie erg onevenwichtig was; dat fruit dat met de boot uit Afrika komt vaak minder erg is dan wegtransport etc.) En wat dat sociale aspect betreft – ik kom met mijn veganistische ambities ineens tot de vaststelling dat dat precies allemaal heel erg meeviel voor vegetarisch eten, dat de laatste jaren toch wel erg ingeburgerd is geraakt (ik heb ook wel chance met mijn vrienden en familie op dat vlak). Veganistisch vind ik moeilijker omdat je de gezellige koffie & taartmomenten mist (buitenshuis). Gisteren had die mens met zijn varkenskookboek (Johan Segers- Tot op het bot) in Reyers Laat overigens ook heel wat zinnige dingen te zeggen over eten, altijd leuk op momenten dat het niet meteen verwacht. Soit – onsamenhangend gebral alweer hier, waarvoor mijn excuses. Succes met de keuken en geniet van de lasagnes 🙂